1921

Georg Nolte schopt het in enkele jaren van eenvoudige arbeider tot fabriekseigenaar. In 1921 begint hij in Rheda voor zichzelf met een fabriek voor polijst- poetsmaterialen. Het personeelsbestand van deze fabriek bestaat uitsluitend uit vrouwen. Want om polijstschijven te maken, moet je goed op de hoogte zijn van naaiwerk.

1932

Met de overname van een meubelfabriek en een marmerslijperij stapt Georg Nolte in 1932 in de meubelbranche. De meubelfabriek Delbrück in Westfalen ontwikkelt zich al snel tot een van de meest toonaangevende meubelfabrikanten. Met de steun van zijn oudste zoon Konrad vestigt Nolte in 1937 een tweede meubelfabriek in Brilon.

1948

De familie komt in 1947 voor het eerste sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog bij elkaar voor het huwelijk van Ferdinand Nolte, die de leiding heeft over de meubelfabriek in Brilon. 1948 introduceert zijn broer Konrad, directeur van de meubelfabriek Delbrück in Westfalen productie aan de lopende band in. Om de aanvoer van grondstoffen voor de meubelfabricage te waarborgen, vestigt hij bovendien een multiplexfabriek in Rheda.

1955

De snelle economische ontwikkeling in Duitsland (het "Wirtschaftswunder") brengt ook een stevige groei in de meubelbranche teweeg. Konrad Nolte zoekt daarom naar een nieuwe locatie. Die vindt hij in Germersheim in de Palts. Hij koopt daar in 1955 een direct aan de Rijn gelegen fabriekshal met een ongebruikelijke lengte van bijna 770 meter - de langste meubelfabriek van Europa.

1966

Aan het eind van de jaren 1950 begint Konrad Nolte in Löhne met de fabricage van keukens. De zgn. “Schwedenküche” behoort tot de meest succesvolle modellen. In 1966 begint zijn zoon Georg officieel in de onderneming. Hij neemt de leiding op zich van de fabriek in Germersheim. Hij laat eerst een nieuwe productiestraat bouwen en begint met de fabricage van kinder- en tienerkamers.

1974

Op de Duitse meubelbeurs in Keulen in 1973 weet Nolte met deze kamers en woonwanden alle aandacht op zich te richten. Vanwege de groeiende markt voor elektrische keukens, wordt er in 1974 een tweede keukenfabriek geopend in Melle. Ook de fabriek in Germersheim wordt continu uitgebreid. In 1978 worden er twee nieuwe fabricagehallen gebouwd.

1988

In het midden van de jaren 1980 wordt de crisis in de meubelbranche ook bij Nolte merkbaar. De onderneming investeert toch in de spaanplaatfabriek en nieuwe machines zoals een thermische fineerinstallatie. In 1988 wordt de productie omgezet naar seriefabricage op bestelling - met succes.

1993

De kwaliteitsmeubels van Nolte dragen sinds 1993 het keurmerk van de Deutschen Gütegemeinschaft Möbel (DGM).